Over het Interkerkelijk Stadsdiakonaat

Met onze vrijwilligers vierden wij dit jaar op 8 oktober in de Hofkerk het
lustrumfeest van het Stadsdiakonaat: 45 jaar staan Delftenaren klaar voor elkaar.

Hoe het stadsdiakonaat begon? In 1971 gestart, als Interkerkelijk Jongerendiakonaat. Een groepje jongeren vanuit de studentengemeente – een gespreksgroepje – wilde vrijwilligerswerk gaan doen: mensen thuis bezoeken, een klusje voor hen doen, samen boodschappen doen. Dat was hun idee. Het groepje van zes groeide en groeide in de loop van de jaren, gestimuleerd door mevr. Miep Meinema, destijds diaken van de Gereformeerde Kerk. Die jongeren werden ouder: bij het 25 jarig bestaan vonden de vrijwilligers van het eerste uur dat de naam van Jongerendiakonaat veranderd moest in Stadsdiakonaat, Interkerkelijk Stadsdiakonaat Delft. Het ISD: een organisatie van enthousiaste en betrokken vrijwilligers. Wij zijn één van de weinige vrijwilligersorganisaties in Delft die zelfstandig werken zonder enige overheidssubsidie, met heel veel dank aan kerken met hun collectes en met dank aan een aantal donateurs.

Onze wortels: Interkerkelijk: geen beperkingen door schotjes van kerken, geloofsgemeenschappen en religie. Kerkelijken of onkerkelijken, Humanisten, Moslims, Hindoestanen: in die veelkleurigheid vormen wij samen het Stadsdiakonaat Delft. Interkerkelijk. In de loop van de tijd moet je ook wel eens je wortels omwoelen: interkerkelijk of interreligieus of …. daarover moeten we
voor ons 10e lustrum maar eens over filosoferen.

Hoe concreter hoe beter. Onze ander pijler: een diaconale bewogenheid, een bewogenheid en inzet die zich kenmerkt door omzien naar de ander, die ander helpen, die geen helper heeft. De praktisch concrete kant is een gemeenschappelijke noemer van ons diakonaal werk. En dat, dat doen we 45 jaar: 45 jaar staan Delftenaren klaar voor elkaar. Is het vaak niet zo, dat we liever zelf helpen dan dat we geholpen willen worden, dat we liever geven dan ontvangen. Zo houden we zelf de regie in handen.

Maar helper en geholpene. Vrijwilliger – cliënt, maatje van die ander, al die rollen kunnen zomaar stuivertje wisselen. Al naar gelang de loop van ons leven en de situaties waarin je verzeild raakt, kan de helper de geholpene worden en de geholpene de helper. Zowel de één als de ander huist in ons. Ik denk dat je pas weet wie je naaste is, als je je zelf in zijn/haar plaats hebt gezien en je doordrongen bent van de mogelijkheid dat je voor je ’t weet in andermans schoenen kan komen te staan.

Die wederkerigheid tussen elkaar en betrokkenheid op elkaar: dat is de kern van onze diaconale bewogenheid als vrijwilliger.

In al die decennia is zoveel veranderd in vrijwilligerswerk. In de jaren zeventig nam de overheid veel sociale- en welzijnstaken over van kerken en welzijnsinstellingen: de erzorgingsstaat. En vervolgens in de loop van de jaren tachtig en negentig: zoveel bezuinigingen in de maatschappelijke sector, in het welzijnswerk. Door een terugtredende overheid en decentralisatie van overheidstaken werd en wordt steeds meer beroep gedaan op vrijwilligerswerk. We horen de laatste tijd steeds meer spreken over participatiesamenleving, het belang van mantelzorg, van informele hulp en zorg aan buren, aan familieleden. Over het geven van hand- en spandiensten in je omgeving. En dan is inzet en betrokkenheid van vrijwilligers essentieel.
Daaraan wordt door het Stadsdiakonaat nu 45 jaar vorm en inhoud aangegeven. In hun bezoekwerk, in de karweitjes dienst, als maatje boodschappen doen met iemand, noem maar op…

Onze vrijwilligers – dit jaar gegroeid tot 120 betrokken mensen – wij willen tijd maken voor een ander. Delftenaren staan zo klaar voor elkaar, ieder op zich, ieder op eigen wijze mag bijdragen aan een zorgzame samenleving. Een ‘zorgzame samenleving’ met aandacht voor elkaar, een samenleving van onderlinge betrokkenheid. Dit jaar ons lustrumjaar. Als aandenken kregen onze vrijwilligers op het lustrumfeest een jubileumgeschenk. Een prachtig beeldje van giethars, gemaakt door Rik Meinema en Erik de Jong. Het is een beeld van een boom, plek voor vogels in al in
hun verscheidenheid. Dit wordt ons nieuwe logo. De boom is een plek voor verschillende soorten vogels. We hebben allemaal een boom en een vogel in ons. Soms ben je zo’n rustpunt, boom voor de ander, waar die ander even kan schuilen en op verhaal komen. En soms ben je zelf een vogel, die aan komt vliegen en ernaar verlangt even op adem te komen en landen wil op een boom.De helper kan de kwetsbare partij worden en de vogel de rustplaats voor iemand. Laten we er zo zijn voor elkaar.

Peter Wilbrink,
voorzitter ISD

© 2016 - 2018 Stadsdiakonaat Delft - wilt u een stukje overnemen van onze site? Neem contact op.